Geschiedenis van Riksingen

  1. De naam Riksingen
  2. Romeinse Relicten
  3. Feodale Tijd
  4. Arnold van Rixen
  5. De Stadvrijheid Tongeren
  6. Moderne Tijden
  7. Vrijhern
  8. Kluis van Vrijhern
  9. St.Annakapel
  10. St.Gertrudiskerk
  11. Wijdingssteen
  12. St.Gertrudis

 

De naam Riksingen
Stamt van Riks-heim. Heem van Rik ,woonplaats van Rik (de sterke,de machtige).

cfr. Ritzingen in Duitsland en Rixingen (Réchicourt) in Frankrijk.
Duidelijk Frankische invloed.

Vermeld in 1159 als Ricsen.
Vermeld in 1205 als Rixenges.
Vermeld in 1316 als Rixhe.
Vermeld in 1433 als Rixingen.

Romeinse Relicten

Het gebied waar het huidige Riksingen ligt werd in de Romeinse tijd intensief bewoond, getuige de gevonden overblijfselen uit de Romeinse tijd.  Riksingen lag dan ook langs de heerbaan die liep van Tongeren naar Bilzen en verder noordwaarts.

  • Resten van romeinse villa.
  • Twee tumuli (waaronder die van de kapel van Sint-Anna en die op het Kriekelerenveld waar de oude Tomkesstraat, in het verlengde van de Kellensstraat naartoe leidde).
  • Romeinse graven
  • Centuriatio (Romeinse perceelsindeling)
  • Munten van keizer Antoninus (138-161 AD)
  • Romeinse weg naar het noorden (via Bilzen)

romeinse munt

Feodale Tijd

Riksingen vormt een groot gebied met Tongeren, Mulken, Piringen, Vrijhern en Offelken.

Naderhand opgesplits, cfr. het wapenschild van de ridders van Riksingen

 Kerk wordt aan de bisschop gegeven (die geeft het aan een kapittel, soort van
lokale vertegenwoordiging van de bisschop)

 De lokale heer is trouw schuldig aan de Prins-bisschop.
Familie sterft uit of krijgt andere rechten.
De prins-bisschop voegt het bij een ander domein =   Tongeren.

 ;

Arnold van Rixen

Ook Riksingen heeft zijn riddergeslacht.
Arnold van Rixen werd maarschalk van het Luikerland en in 1260 slotvoogd
van Sint-Walburgis. Hij was een vertrouweling van prins-bisschop Hendrik van Gelre.
Bij die gelegenheid ontving hij van het kapittel van Sint-Lambertus te Luik een rente van 10 Luikse marken, gevestigd op de moutmolen van Tongeren, waar gekiemde gerst voor de brouwers gemalen werd.
Arnold stierf op 28 maart 1262 en werd in de minderbroederskerk te Luik begraven alwaar zijn graf tot in de zeventiende eeuw zichtbaar bleef.
Zijn dochter Aleidis de Rixinghen wordt vermeld in een testament van 2 augustus 1330.

Willem van Riksingen ; (broer of zoon van Arnold) is ook slotvoogd van Stint-Walburgis te Luik geweest en stierf in 1266.

De stadsvrijheid Tongeren

Tot in 1795 maakte Riksingen deel uit van de stadsvrijheid Tongeren, die in het midden van de 13e-eeuw tot stand kwam. 

Het was een algemeen verschijnsel in de middeleeuwen dat de steden de omliggende domeinen inlijfden. 

Hier vonden ze voedsel voor hun groeiende bevolking, manschappen voor de militie en het bouwen van wallen en een afzetgebied voor hun produkten. 

De dorpen genoten de militaire bescherming van de stad en waren als buitenburgers van elke herendienst en van tolrechten vrijgesteld.
De vrijheid Tongeren omvatte de dorpen Berg, Ketsingen, Blaar, Offelken, Lauw, Widooie, Piringen, Mulken, Neerrepen, Riksingen, Vrijhern en Henis. 

Elke gemeente had één of twee dorpsmeesters of burgemeesters en een veldbode; Lauw en Riksingen hadden ook een kapiteit. 

Het waren de gemeentenaren die jaarlijks deze burgemeesters kozen, de dorpsschattingen of belastingen vaststelden en andere interne vraagstukken oplosten.

Belangrijke beslissingen dienden echter bekrachtigd te worden door de stadsmagistraat van Tongeren, wiens gezag zich uitstrekte over de stad en de hogervermelde twaalf dorpen van de vrijheid.

Elk dorp had één of meer cijns-of laathoven met lagere rechtspraak. 

Het schepenhof van Tongeren, dat het Luikse recht volgde, had in burgerlijke zaken rechtsbevoegdheid over de hele stadsvrijheid, maar in zake strafrecht werd de bevoegdheid gedeeld met de magistraat.  In beroep ging men bij de schepenen van Luik en het hof van Wetzlar.

 

Bosrijk : Regulierenbos, Clara-bos, Mariënbos, Merlenbos, Germeau-bos, …

Riksingen had drie gehuchten Dashoven, Oudshoven, Voeshoven…

Moderne Tijden


1672 : Franse schildwachten en uitkijkpost in de kerktoren, nadien vele plunderingen
 Scharniermoment van middeleeuwen naar moderne tijd.

1678-1684 : even onafhankelijk owv financiën. Riksingen was toen samengevoegd met Henis, Mulken, Offelken, Widooie, Neerrepen en Piringen

1790 : vorming van een patriottische burgerwacht
Eerste stappen naar eigen gemeente, 1797 (1796) los van Tongeren.

Vanaf 1839 werd Riksingen een zelfstandige parochie.

In 1972 werd Riksingen opgenomen in de fusiegemeente Tongeren.  Bij een verdere herindeling in 1977 werd het dorp Vrijhern, dat tot dan toe bij Riksingen behoorde, overgeheveld naar de nieuw gevormde fusiegemeente Hoeselt.

 

Vrijhern


Vanaf 1797 een gehucht van Riksingen; voordien was het een zelfstandig dorp.  Bij de gemeentelijke fusies van 1976 werd het naar Hoeselt overgeheveld.

Vrijhern behoort nog tot de parochie Riksingen.
Vermits het parochiale- en het verenigingsleven in Vrijhern nogal aanleunt met Riksingen wordt dit toch nog als een deel van onze gemeente beschouwd.

Kluis van Vrijhern

Gebouwd circa 1690 door Jacobus van den Brouck (+1715), eerste kluizenaar
In 1703 afgebrand door Franse troepen
Heropgebouwd in 1709 samen met de huidige barokke kapel
Tot 1905 kluizenaars aanwezig, die meestal instonden voor het onderwijs van de plaatselijke jeugd.
De eerste kluizenaar overleed in 1715 en werd in de kerk vna Riksingen begraven.
De laatste kluizenaar die er verbleef was Martinus Brepoels.

(Meer info over de kluis)

Sint-Annakapel
Gebouwd in 1653, rechthoekig gebouw in Maaslandse stijl. Gebouwd op tumulus of uitkijkpunt .

(Meer over de Sint-Annakapel)

 sint annakapel

St.Gertrudiskerk

riksingenkerk

De eerste kapel in Riksingen werd opgericht in de 11e eeuw en was een filiaal of dochterkerk (kwartkerk)  van het kapittel van Tongeren.
De plebaan bezat het begevingsrecht en in een charter van 1205 is er reeds sprake vn de rectors van de kapel van Rixinges.
De rector van Riksingen, die meestal geïnstalleerd werd door de kanunnik-cantor van de Onze-Lieve-Vrouwenkerk, mocht echter geen doopsels toedienen, ook het H.Oliesel niet en geen huwelijken inzegenen , wel begrafenissen.

OLV-kapittel bezat ook de tienden, een kanunnik bediende de “altaren”.
Sinds 1839 is Riksingen een zelfstandige parochie.

De toren, opgetrokken in silexblokken en herbruikt materiaal afkomstig van oude Romeinse bouwwerken, is een overblijfsel van de gotische kerk uit de 14e eeuw.
Enkel de westtoren rest nu nog, deze werd verhoogd in de 13e-14e eeuw.

De kleine buurtschappen van Riksingen en Vrijhern werden tussen 1673 en 1678 voortdurend geplaagd door doortochten van Franse troepen, inkwartieringen, opeisingen, plunderingen en verwoestingen.  De kerk van Riksingen werd op 25 mei 1674 door soldaten van het Franse leger geplunderd.  De kerkschatten van Vrijhern die in veiligheid gebracht waren in Tongeren gingen verloren in de grote brand van 1677.

De eerste pastoor van Riksingen, Nartus, was geruime tijd gehuisvest in de kluis te Vrijhern.

Het huidige portaal en de hierop aansluitende kalkstenen plint werden toegevoegd in 1856, bij de bouw van de huidige zaalkerk.

Veel problemen door regen en slecht onderhoud. De kerk ligt ook op een lichte
helling, oorzaak van veel schade.
Pastoor was zelden aanwezig, parochie was niet krachtig genoeg.
Oorlogsleed in de 17e-18e eeuw...

Nieuwe neoclassicistische zaalkerk in 1856, heel wat aanpassingen omdat men
de oude kerk voor een stuk wilde bewaren.
Volgens plannen van Brusselaar architect Dumont, olv Herman Jaminé.

Pastoor Celis kocht in 1895 het neogotische kerkorgel.

Al in 1872-1875 herstellingswerken nodig door vocht ! Restauratiewerken aan het
oude gedeelte. En vanaf 1892 grote restauratie door Tongenaar Mathieu
Christiaens. Werken duren tot 1938.

De grote klok, de Sint-Gertrudisklok, weegt 350 kg.  Ze werd gegoten in 1935.

De kleinere klok, die gebarsten was, werd tijdens de tweede wereldoorlog door de Duitsers weggehaald om kanonnen van te maken.
Pas in 1963 kwam er een nieuwe klok.
De kruisbeuk ,koor en sacristie werden in 1946, naar een ontwerp van architect ulrix, toegevoegd aan de 19de eeuwse kerk.
In 1951 bescherming van de toren en de wijdingssteen.
In 1960 renovatie door architect Engels, vele problemen tijdens deze werken.
Plafond kwam onder andere naar beneden. De zuidelijke sacristie werd pas in
1972 gebouwd.

De toren en de steen zijn sinds 1951 beschermd.  De biechtstoel is van 1725-1750 en de marmeren en hardstenen doopvont van omstreeks 1850.  Het beeld Sint-Jacob de Meerdere dateert van omstreeks 1500.  Jezus aan het Kruis is vroeg -16e-eeuw,  de volkse Sint-Gertrudis 18e-eeuws.  Een paneel met Sint-Gertrudis is van omstreeks 1850.  De barokke, messingen altaarkandelaars dateren uit de 17e eeuw.

Meer over de bouwgeschiedenis van de kerk van Riksingen.

Wijdingssteen

De wijsteen van de eerste kapel uit 1036 vond men bij de afbraak van de kerk in 1856 terug in het voetstuk van een altaar.
De steen werd een tijdlang bewaard in het museum van Tongeren, maar is nu terug te Riksingen en ingemetseld tegen de binnenmuur van de toren.

wijdingssteen2

wijdingssteen1

 

ANNO AB INCARNATIONE D(omi)NI M(i)L(lesimo) XXXVI INDICTIONE
IIII DEDICATA E(st) HEC ECCL(esia) IIII K(a)L(endas) AP(ri)L(is)
IN HONOR(em) D(omi)NI N(ost)R(i) H(esu) CHR(isti) ET S(an)C(u)I IOH (ann)
IS BAPT(istae) et S(an)C(t)O(rum) M(ar)T(yrum) P(ro)CESSI MARTINIANI
SEB(a)STIAN(i) … RIA … FOILLIANI P….
CR….TI….G….ARDI……. GERTR(udis)

In het jaar van de menswording des Heren 1036, het vierde indictiejaar (= 1036), is deze kerk toegewijd de IVe kalenden van april (= 29 maart) ter ere van Jezus Christus, Joannes de Doper, en de heilige martelaren Processus, Martinianus, Sebastianus, Pancratius (?), Foillianus en Gertrudis.

Enkel de wijdingssteen van Emaal zou ouder geweest zijn, daterend van 712. Deze bestaat echter al eeuwen niet meer.

St.Gerturdis

sintgertrudis

Patroonheilige van Riksingen
Heilige Gertrudis van Nijvel
Beeld 18e eeuw.

Geboren in 626 als dochter van Pippijn van Landen en Idulberga of Itta, stamvader van de Karolingen en zuster van de Heilige Ida van Nijvel.

Als ze 6 (!) jaar is krijgt ze een huwelijksaanzoek.  Om politieke redenen stemt haar vader toe, maar Gertrudis die gelovig opgevoed werd door haar moeder weigert en wil het klooster in.  Na de dood van Pippijn (640) vormen ze de ouderlijke boerderij om tot vrouwenklooster.  Op 21-jarige leeftijd is ze abdis.  Ze wijdt zich aan de bijbelstudie en legt een bibliotheek aan.  Ze nodigt geleerden en bijbelcommentatoren uit ( zelfs uit Ierland).

Ze sterft op 16 maart 659 'in geur van heiligheid'.  In 1046 werd ze heilig verklaard.

Ze was eerst de beschermheilige van de reizigers en werd vervolgens als beschermvrouwe van de ziekenhuizen vereerd.  Van heinde en verre kwamen mensen naar Nijvel om haar te aanroepen tegen infectueuze ziekten zoals de pest, waarvan werd aangenomen dat ratten en muizen de kiem overdroegen.  Haar bescherming strekte zich echter nog verder uit: onder andere oogziekten en koorts, maar ook stuipen en waanzin, die allebei vaak als een bezetenheid door de duivel werd beschouwd.

Ze wordt gewoonlijk voorgesteld als abdis (met abdisstaf) waarop muizen zitten.


7e-eeuws heilige, Piringen heeft ook Gertrudis, Mulken heeft Gilis (ook 7e eeuw)…

 

 

 
Copyright © 2017 Riksingen. All Right Reserved.
Powered By Joomla Perfect