De kluis van Vrijhern

Afdrukken

 

 

 Kopie van kluisvoorgroot

Ontstaan

Bijna alle kluizen in Limburg vinden hun oorsprong na de katholieke hervormingen in de 17de eeuw.  Een kluis of " hermitage " is een huisvesting voor één of meer "heremieten", mannen ( soms vrouwen) die zich uit godsvrucht van de wereld hebben afgezonderd. Die afzondering was wel niet volledig, want om hun kost te verdienen maakten ze zich verdienstelijk door hun kapel ( Vaak een centrum van devotie voor de omgeving) te onderhouden of door ander werk in de parochie, ziekenzorg of onderwijs.
gedurende meer dan 250 jaar leefde er in Vrijhern meer dan 25 kluizenaars.  In 1904 verlaat de laatste kluizenaar de kluis.

Wat kluizenaarsgemeenschappen van kloosters onderscheidt, is dat zij niet één van de erkende kloosterregels volgen.  Kluizenaars noemen zich dan wel "broeders", maar zijn "leken" en staan onder het toezicht van de kerk, omdat zij religieuze taken uitoefenen.  Zij leiden een sober en devoot leven in de wereld, zoals de Derdeordelingen van Sint.Franciscus.  In 1743 wordt de "Leefregel der kluisbroeders van Vrijhern" vastgesteld.  Deze handelt  over de algemene dagindeling, de afwezigheid uit de kluis, de liturgische vieringen, de aanneming van nieuwe broeders, eten of logeren in een herberg, economische en financiële richtlijnen, de taken van de kluizenaars op het vlak van ziekenzorg, onderwijs, en wederzijdse bijstand en tenslotte de relaties met het Onze-Lieve-Vrouwkapittel van Tongeren en met de pastoor van Riksingen.

Ligging

De kluis ligt pal op de grens van het Prins-Bisdom Luik en het Graafschap Loon.  De naam van het gehucht Vrijhern verwijst immers ook naar dat gedeelte van Hern dat niet tot het Graafschap Loon ( zoals Hern St.Hubert) hoorde maar tot de Vrijheid Tongeren dat onder gezag van de Prins-Bisschop van Luik stond.  Vandaar de naam Vrij-Hern.
Voor de gemeentelijke fusies van 1-1-1977 behoorde Vrijhern en dus ook de kluis tot de gemeente Riksingen.
Riksingen werd gefusioneerd met Tongeren en Vrijhern zou voortaan tot de gemeente Hoeselt gaan horen.
Het kluisdomein is eigendom van het OCMW van Hoeselt en herbergt een parel aan monumenten zoals de 300 jaar oude lemen kluizenaarsboerderij en de kapel van OLV van Loreto.

 Kopie van kluiszijzicht

De eerste kluizenaar

De kluis ontstaat wanneer Jacobus van den Brouck van Hasselt zich ca.1685 te Riksingen vestigt.  Eerst verblijft hij enkele jaren op de dashovenstraat maar rond 1690 vestigt hij zich als kluizenaar op de rand van de gemeente in het gehucht Vrijhern.
Een van de eerste taken die de kluizenaar op zich genomen had was de verzorging van de nabijgelegen Sint-Annakapel.  Het wandelpaadje tussen de Sint-.Annakapel en de kluis herinnert hier nog aan. 

Andere versie:  In 1677 vestigde broeder Geurt van Elst zich als eerste kluizenaar in de bossen van Vrijhern na eerst een 9-tal jaar onderdak gekregen te hebben in Riksingen. 

De kluis wordt verwoest in 1703, bij de inname van Tongeren door de Fransen onder maarschalk de Villeroy.
(Spaanse Successieoorlog 1701-1714 )

Men vermoedt dat het eerste kluisgebouwtje het huidige hoevestalletje langs de kluis moet zijn geweest. De dwarsbalk is immers wat te mooi en te recht om te hebben gediend als stalling.  

Het is mogelijk dat de kluis na 1692 enige tijd onbewoond is gebleven.  Er bestaat geen zekerheid over de datum waarop Broeder Jacobus Vandebroeck zich in Vrijhern vestigde. Waarschijnlijk rond het jaar 1700 of 1701.

Na de plunderingen van september 1703 broedt broeder Jacobus op een plan om in Vrijhern een Lorettokluis en -kapel te bouwen.   Broeder Jacobus ging 3 maal op bedevaart naar Loreto (Italië) waar zich het Heilige Huisje van Nazareth bevond (Translatio).  Uit Italië bracht hij zelfs 'het portret van dat Mirculeus Moeder Gods bilt, dat tot laureten staet, hetwelck (soo de historie melt) van St.Lucas zelver geschildert is, hetwelck ich medegebracht hebbe...'.  

Het is onder impuls van deze broeder Jacobus dat de kluis heropgebouwd werd in 1709 met een barokke kapel.  Het grondplan en de afmetingen van de kapel waren een getrouwe copie van het Heilige Huisje van Nazareth te Loreto.

Kluiskapel

De kapel van Loretto

In 1709 staat de heer van Werm, Hubert-Maximiliaan de Brouckmans de nodige grond af voor de bouw van een nieuwe kluis. (Andere bronnen spreken van Willem Broekmans , een van de voorouders van ridder de Borman).

De kluis is eigendom van de H.-Geesttafel van Werm.
In 1709 bouwt Jacobus van den Brouck ook de kapel van O.-L.-Vrouw van Lorette.
In 1795 wordt in de kluis het "Broederschap van O.-L.-Vrouw van Loretto" opgericht.

De broeders behoren tot de Franciscanerorde, in de volksmond “de liefdebroeders” genoemd.

De eerste kluizenaar sterft in 1715 en wordt begraven in de kerk van Riksingen. Na hem bewonen Nicolaes Heyaerts ( 1732) en Dionysius Morren ( 1750), Hendrik Hubens (1737-1794), Joseph Swerts (1750-1774), Thomas Box (1755-1807) en A. van Tongeren (1765-1807) de kluis.

Tijdens de slag bij Lafelt in 1747 werd de streek tussen Hoeselt en Tongeren opnieuw volledig verwoest, de kluis inbegrepen.
(Oostenrijkse Successieoorlog / Slag van Lafelt)


De houten balk in het woonhuis is aan een zijde nu nog steeds half verkoold. Waarschijnlijk is dit nog een van de getuigenissen uit deze woelige periode. 

 

Onderwijs in de kluis

In 1703 werd door het Onze-Lieve Vrouwkapittel van Tongeren vergunning tot onderwijs verleend aan de kluizenaars van Vrijhern.  Er werd een dag- en kostschool opgericht.  De aantrekkingskracht van deze school reikte tot Vlijtingen, Hasselt, gedurende de periode van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden, zou ze zelfs verschillende scholieren van over de Maas aantrekken.

Franse Revolutie

In tegenstelling tot hetgeen met de meeste kloosters gebeurde, maakte de Franse Revolutie geen einde aan de kluis en het kluisleven.  De kluis wordt namelijk niet beschouwd als een kerkelijk goed, maar als een openbare stichting, waarbij de blote eigendom aan het Weldadigheidsbureau van Borgloon toeviel en later aan het Armenbureel van Werm ( Hoeselt).  De school wordt onverminderd verder opengehouden. Het zijn voor de kluis en kluizenaars echter harde tijden.

Vanaf ca. 1840 komt de kluis in moeilijk vaarwater terecht door juridische conflicten en spanningen met de pastoor en het armenbureel van Werm.  Bijna betekent dit het einde van de kluis van Vrijhern, was het niet dat broeder Lambertus, na het vertrek van broeder Wijngaerden, omstreeks 1855 overste wordt.  Vanaf dan wordt de kluis een gegeerd rustoord voor gepensioneerde priesters.  De broeder is vooral gekend en geëerd om zijn talrijke ziekenbezoeken en het afleggen en kisten van overledenen, zelfs tijdens de tyfusepidemie van 1885.  Hij leeft in de kluis tot zijn dood in 1904, samen met broeder Martien Brepoels, die daarna naar het minderbroedersklooster van Rekem (Lanaken) trekt.

De Kluis in de 20ste eeuw

In 1920 wordt het meubilair van kluis en kapel verkocht door de Commissie van Openbare Onderstand van Werm (wat nu het OCMW is).

Het geheel is een U-vormig complex, waarvan de noord-vleugel de kapel bevat, de twee andere de kluizenaarswoning. Uit de Ferrariskaart (1771-1778) blijkt dat de kluis, "Hermitage Loretten", aan de rand van een bos gelegen was.

De hoeve die bij de kluis behoorde werd na het vertrek van de laatste kluizenaar betrokken en uitgebaat door de familie Jamaer.  Deze stam slaagde erin, tijdens hun 62-jarig verblijf, de gebouwen zo goed mogelijk in hun oorspronkelijke staat te behouden. De kapel blijft wel in functie.

Vanaf 1968 werden de gebroeders Hansen de huurders van de  kluis.  Onder impuls van Guido Hansen die lange tijd de  kluis bewoonde werd de hele Kluis en de omgeving gerestaureerd en van verval gevrijwaard.
Momenteel wordt de kluis door de Vrienden van de Kluis gehuurd van het OCMW Hoeselt.

 kluisverval1

Vrienden van de Kluis

De Kluis is een beetje de fierheid van de inwoners van Vrijhern.  De vzw 'De Vrienden van de Kluiskapel',  heeft tot doel de instandhouding van de Kluiskapel te verzekeren.
De jaarlijkse Kluisfeesten op Halfoogst (15 augustus) zijn een begrip in de streek geworden en steevast staat er dan geitenvlees op het menu.

De Kluis is nu ook vertrekpunt geworden van heel wat bewegwijzerde wandelroutes door het prachtige landschap van vochtig Haspengouw met in zijn onmiddelijke omgeving de Wijngaardbossen en heel wat beschermde hoogstamboomgaarden. 

Het voormalige schoolgebouwtje en schapenstal is nu omgebouwd tot een klein pittoresk en rustiek cafetaria waar je op zondagnamiddag kan bekomen na een fikse wandeling.

Elke zondag om kwart over negen wordt de heilige mis opgedragen in de kapel in aanwezigheid van tal van gelovigen. 

In 2015 krijgt het kluisdomein van 3.5 ha, dankzij het Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Leader), opnieuw een landschappelijke impuls.  De aanleg van een nieuwe toegangsweg via de Lorettenweg en het opheffen van de Kluisstraat zorgen ervoor dat het domein op een historische juistere manier benaderd wordt. Dankzij de rustbanken, picknickplaats en een ruim terras is de kluis een aangename plek om te ontspannen en tot rust te komen.  Ook de kaarsenkapel heeft een nieuwe plek gekregen en in het bos is een stilteplek gecreëerd.
Met het aanplanten van de hoogstamboomgaard, nieuwe hagen, heggen en bomen is het landschappelijke plaatje compleet.  Ook zijn er volkstuintjes ingericht, waar mensen uit de buurt hun eigen moestuin kunnen onderhouden en ze meer betrokken worden bij het kluisgebeuren.

 

 volle aflaatkokerke

Geneeskrachtige Bron

Naast de Kluis ligt er ook een bron   waar vroeger de mensen water kwamen halen voor mens en dier en die ook water bleef geven op momenten dat de waterpomp op de hoger gelegen Bilzersteenweg droog stond.

Ook aan het kluisgebouw zelf was er een bronwaterput die vooral gekend was voor zijn heilzaam water voor ernstig zieke kinderen (Kinkhoest of Convulsies).
Kinkhoest was vroeger immers doodsoorzaak één van kinderen in hun eerste levensfase.

Het bronwater had dus een geneeskrachtige werking maar waar nog meer kracht vanuit ging was het speciale kannentje "of snelletje" waar het water diende mee opgeschept te worden.

Een onverlaat heeft op een bepaald moment het kannetje gebroken en in aloude Keltische traditie heeft men dan het gebroken kannetje maar in de put geworpen zodat het permanent in  kontakt met het bronwater stond en nog steeds staat.
Ps: In 1906 werd de bacterie die oorzaak was van kinkhoest (Bordetella pertussis) ontmaskerd , en vanaf toen gingen meer en meer mensen naar de apotheek ipv naar de bron.

De vraag die zich nu opdringt is wie was er nu eerst ; de geneeskrachtige bron of de kluizenaars ?
De pomp aan het kluisgebouw staat er nog steeds maar ze geeft spijtig genoeg geen water meer omdat de put gedempt is.

 portiuncula

Beschrijving van de Gebouwen

De kapel is een rechthoekig bakstenen gebouw onder zadeldak, met klokkeruitertje op de O.-zijde. De West-gevel is voorzien van aandak met vlechtingen en mergelstenen top- en schouderstukken met kleine pijlers met bolbekroning. Smeedijzeren, S-vormige muurankers. Recente steunberen aan de hoeken. Een rechthoekig venster in houten omlijsting wordt geflankeerd door twee mergelstenen reliëfs met voorstelling van Maria Boodschap; een derde reliëf boven het venster stelt de H. Geest voor. Recent bovenvenster. De Oost-gevel is ingebouwd. De beide zijgevels zijn voorzien van een geprofileerde, mergelstenen kroonlijst en een rechthoekige deur in houten omlijsting; de Noord-gevel heeft bovendien een gedicht houten bolkozijn.

De kluizenaarswoning is gedeeltelijk van witgekalkte baksteen, gedeeltelijk van stijl- en regelwerk met witgekalkte lemen vullingen. De gebouwen tellen twee bouwlagen onder zadeldaken (Vlaamse pannen).

De West-gevel van de centrale vleugel is versteend, en voorzien van smeedijzeren muurankers. Rechthoekige vensters in houten omlijsting, sommige geprofileerd; getralied op de benedenverdieping. Rondboogdeur in een rechthoekig., kalkstenen omlijsting met neuten, imposten en sluitsteen. Oorspronkelijk houtwerk met judas, voorzien van gesmeed ijzeren traliewerk: IHS.

De Oost-gevel is gedeeltelijk in vakwerkbouw bewaard. Gepikte plint en onderverstening. Dubbel ankerbalkgebint met vijf gebintstijlen en vijf regels. Twee grote, beluikte vensters; op de bovenverdieping., twee beluikte bolkozijnen waarvan één getralied, en een getralied kozijn. Het bakstenen gedeelte heeft twee beluikte en getraliede kruiskozijnen met zeer laag bovenlicht, een dito kloosterkozijn en een beluikt en getralied kozijn. Rechth. deur met bovenlicht.

De Noord-zijgevel is van baksteen en voorzien van aandak met vlechtingen, topstuk en uilegat. Drie vensters in geprofileerde houten omlijsting, waarvan één gedicht.

Het haakse gedeelte van de kluizenaarswoning is van stijl- en regelwerk cf. supra, met onderverstening. Het vakwerk van de West-zijgevel is voorzien van bakstenen vullingen. Het dakgebint is een geschoord tussenbalkstandjuk waarboven een geschoorde nokstijl. Recent portaaltje. De Oost-zijgevel is versteend: aandak met vlechtingen, gesmeed ijzeren muurankers, en vier rechth. vensters in houten omlijsting. Recente aanbouw tegen de Z.-gevel.

Ten Noord van dit geheel ligt een dienstgebouw in stijl- en regelwerk met witgekalkte bakstenen vullingen. Het bestaat uit een hoog en een laag gebouwtje, beide onder zadeldak (Vlaamse pannen).

bron: FRERE M., De kluis van Vrij-Hern. (Het Oude Land van Loon, 5, 1950, 1, p.188-190.

 Kluisenaar Martinus BrepoelsMartinus Brepoels, kluizenaar

 

Bericht bij overlijden van de laatste kluizenaar: Lambertus Meesters

  

In de kluis van Vrijhern onder Rixingen, op een uur afstand van Tongeren is op 18 januari ll. Godvruchtig in den Heer overleden de Eerw. Broeder Lambertus.  Kluizenaar en Derde-Ordeling. 

Ziehier in het kort zijn stichtend en heilig leven, afgemaald bij zijne teraardebestelling door den Heer Nic.Theelen, Drukker-Uitgever te Tongeren.

“ De liefde tot God bracht Broeder Lambertus in de kluis te Hern, den 21 September 1845 en deed hem het bruine kleed der versterving aan tot hij er eens in zou begraven worden.

Negen-en-vijftig jaren droeg hij dat kleed, maar niet alleen in zijne kluis, het ruischtevan ziekbed tot ziekbed in Rixingen en in Henis, in Hoeselt en in Vliermaal, in Bilsen en in Tongeren, in het noorden van Limburg en in het Walenland en altoos groter werd de strale van de cirkel, dien hij voor liefdadigheidsterrein had gekozen.

De bruine pij is gekend in een ongelooflijk getal woningen, waar de besmetting rond de sponde heeft gespookt, ook daar waard zinneloosheid hem tot zoo edelmoedige als afmattende worstelingen dwong.  Het ruischen van dat kleed is voor ontelbaren als een zoete muziek geweest, die hen uit den doodslaap heeft opgewekt.”

Dat zijne ziel in vrede ruste!

Uit het Algemeen Belang.

(voorloper Het Belang van Limburg)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

laatstekluizenaar2

 

 

 

 

 
Copyright © 2017 Riksingen. All Right Reserved.
Powered By Joomla Perfect